Zoeken

Pensioenakkoord

18-06-2019
Pensioenakkoord

Na ongeveer 10 jaar onderhandelen over een nieuw pensioenstelsel hebben de regering en de sociale partners een pensioenakkoord gesloten. De vakbonden hebben ingestemd met de gemaakte afspraken, nadat zij dit hadden voorgelegd aan hun achterban.

Het Pensioenakkoord in hoofdlijnen

Ongetwijfeld heb je al veel gehoord of gelezen over de inhoud van het pensioenakkoord en de stemming van de vakbonden. We zetten hieronder de belangrijkste zaken kort op een rij.

Afschaffing van de doorsneepremie

De doorsneepremie wordt zoals verwacht afgeschaft. In het nieuwe pensioencontract wordt niet de hoogte van de pensioenopbouw vastgelegd maar de ingelegde premie. De huidige DB-regelingen verdwijnen daarmee. Deze moeten worden omgezet in een premieovereenkomst, waarbij direct een voorwaardelijke inkoop van pensioenaanspraken plaatsvindt op basis van de actuele rente (marktrente met UFR). Een andere mogelijkheid is om over te stappen op de wet verbeterde premieregeling.

Het gevolg van het afschaffen van de doorsneepremie is dat jongeren meer pensioen gaan opbouwen dan ouderen. Jongeren gaan namelijk niet meer “meebetalen” aan de pensioenopbouw van ouderen. De huidige ouderen hebben in het verleden, toen zij jong waren, ook “meebetaalt” aan de pensioenopbouw van de op dat moment oudere generatie. Wanneer er geen compenserende maatregelen worden getroffen, worden de huidige oudere werknemers door het pensioenakkoord benadeeld. De sociale partners en de regering gaan de compenserende maatregelen verder uitwerken. Hierbij wordt onder meer gedacht aan het inzetten van de huidige buffers of het “kunstmatig” hoger houden van de pensioenpremie en het hogere deel gebruiken voor compensatie.

Pensioen wordt flexibeler

Het nieuwe pensioencontract gaat uit van een nominale aanspraak. Dit betekent ook dat er geen buffers meer aangehouden hoeven te worden. Daardoor kan er sneller geïndexeerd worden, maar daar staat tegenover dat korten ook eerder kan plaatsvinden. Om te veel bewegingen te voorkomen, wordt het mogelijk om meevallers en tegenvallers te spreiden over een periode van 10 jaar. Pensioenfondsen / sociale partners moeten straks kiezen tussen een gesloten systeem en een open systeem.

In een open systeem worden meevallers en tegenvallers verdeeld over de aanwezige en toekomstige deelnemers. In een gesloten systeem wordt dit verdeeld onder de op dat moment aanwezige deelnemers.

Pensioenfondsen moeten daarnaast ook besluiten wat zij doen met de reeds opgebouwde pensioenen. Het zogenaamde invaren. Het pensioenakkoord gaat daar niet specifiek op in. Vast staat wel dat het waarderingskader dat hiervoor nodig is, nog vastgesteld moet worden.

Overgangsregime om korten zoveel mogelijk te voorkomen

Het pensioenakkoord bevat een overgangsregime met als doel om de kans dat pensioenfondsen moeten korten te verkleinen én als er toch gekort moet worden de mate van korten te beperken.

Pensioenfondsen hoeven de komende jaren de maatregel minimaal vereist eigen vermogen niet door te voeren bij een dekkingsgraad boven de 100%. Pensioenfondsen die al vijf jaar lang in onderdekking zitten en ook aan het eind van het vijfde jaar een dekkingsgraad onder de 100% hebben, moeten echter wel een onvoorwaardelijke korting doorvoeren zodat ze weer op 100% uitkomen.

Dit overgangsregime is op dit moment niet van toepassing voor onze Pensioenkringen gegeven de financiële situatie van de Pensioenkringen.

AOW-leeftijd stijgt minder snel

De pensioenleeftijd waarop iemand voor het eerst AOW krijgt, wordt tot en met 2022 bevroren op de huidige AOW-leeftijd van 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd door naar 67 jaar in 2024.

Vanaf 2025 blijft de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. Voor elk jaar dat de levensverwachting toeneemt, wordt de AOW-leeftijd verhoogd met acht maanden.

Het eerst bevriezen en daarna vertragen van de stijging van de AOW-leeftijd kost eenmalig 7 miljard euro, daarna 4 miljard euro per jaar.

Eerder stoppen, mensen met een zwaar beroep

Mensen met een zwaar beroep kunnen drie jaar eerder stoppen met werken. Daarvoor kunnen afspraken worden gemaakt in de cao’s. Er komt geen lijst met zware beroepen.

Voor eerder stoppen geldt in het oude systeem nog een “boete” (RVU-heffing). In het nieuwe pensioencontract wordt geen boete geheven tot een bruto jaarinkomen van 19.000 euro. Werkgevers moeten nog wel een boete betalen over het brutosalaris boven dat bedrag.

ZZP’ers

Zelfstandige ondernemers worden volgens het pensioencontract wettelijk verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Daarover worden nog afspraken gemaakt met verzekeraars. Zelfstandige ondernemers krijgen de mogelijkheid zich aan te sluiten bij een pensioenfonds.

De vakbonden zijn akkoord, hoe verder?

Veel zaken uit het akkoord moeten nog verder worden uitgewerkt. Partijen hebben afgesproken om een stuurgroep te vormen die de verdere uitwerking ter hand neemt. Minister Koolmees streeft ernaar om per 2022 het wettelijk kader gereed te hebben. Op basis hiervan kunnen pensioenfondsen en sociale partners vervolgens een aantal beleidskeuzes maken. Daarna moeten de uitvoerders alle veranderingen implementeren. Het duurt dus nog een aantal jaren voordat het nieuwe pensioencontract daadwerkelijk inwerking treedt.

Voor Stap betekent dit dat wij op dit moment alle ontwikkelingen op de voet volgen, maar nog geen concrete stappen kunnen nemen. Daarvoor moet op de verschillende onderwerpen het wettelijk kader verder vorm krijgen. Wij houden jullie op de hoogte.