Zoeken

DB of DC: voer de juiste discussie, begin bij behoeften deelnemers

05-10-2017

Diverse werkgevers overwegen om hun pensioenregeling aan te passen van DB naar DC. Het leidt met regelmaat tot verhitte discussies tussen sociale partners. Discussies die met bijna religieuze geloofsijver worden gevoerd. Zo verklaren vakbonden de middelloonregeling vaak heilig omdat hier minder risico’s aan zouden kleven. De vraag ‘DB of DC?’ ontaardt ogenschijnlijk in een strijd tussen goed en slecht. Dat is jammer, omdat pensioenoplossingen zo op voorhand worden verketterd.

Welke vorm past het beste?
Feitelijk wordt de verkeerde discussie gevoerd over de verkeerde vraag. De vraag is nu vaak: wat levert het meeste op, een DB-of een DC-regeling? Die discussie is niet echt zinvol, want beide pensioenvormen bieden een goede kans op een adequaat pensioen. En bij beide varianten wordt pas achteraf duidelijk wat voor iemand de beste regeling is geweest. De vraag zou veel meer moeten zijn: welke pensioenvorm past het beste bij een deelnemer of bij een groep deelnemers? Welke behoeften zijn er als het gaat om pensioen?

Zelf ingrijpen of ontzorgen
Zeker in een tijd van flexibilisering worden de behoeften van deelnemers steeds belangrijker bij het kiezen van een passende pensioenoplossing. Voor iemand die ontspannen tegen werk aankijkt en die ervan uitgaat dat hij soms in loondienst werkt en soms actief is als ZZP’er, kan een DC-regeling uiterst aantrekkelijk zijn. Bijvoorbeeld omdat de kosten goed zijn te beheersen en omdat het mogelijk is om op ieder moment bij te storten. DC-regelingen sluiten überhaupt goed aan bij mensen die zelf willen kunnen ingrijpen in hun pensioen. DB-regelingen hebben op hun beurt ook evidente voordelen. Ze passen bijvoorbeeld uitstekend bij deelnemers die zoveel mogelijk ontzorgd willen worden. Het past ook uitstekend bij deelnemers die een goed gevoel hebben bij de kracht van het collectief.

Gelukkig voor het pensioen
Veel mensen staren zich bij discussies over pensioenvormen zoals DB en DC blind op het bedrag dat deelnemers krijgen op de pensioendatum. Dat is vaak niet vruchtbaar, omdat beide regelingen tot een prima pensioen kunnen leiden. Als pensioenaanbieder is het raadzaam om vooral ook goed te kijken naar wat deelnemers gelukkig maakt voordat de pensioendatum ingaat. De behoeften van deelnemers kunnen hierbij opnieuw centraal staan. Dus: als een deelnemer behoefte heeft aan zekerheid, probeer dan die zekerheid zoveel mogelijk te geven. Wellicht belangrijker nog is het managen van verwachtingen. Als iemand van tevoren weet wat hij of zij kan krijgen, is deze allicht ook meer tevreden als het pensioen daadwerkelijk ingaat. Het is een mooie ambitie, ook voor Stap: ervoor zorgen dat deelnemers zowel vóór als na de datum van uitkering gelukkig zijn met hun pensioen!